Dromendracht

Als zilvervisjes uit vers beton komen ze de laatste tijd tevoorschijn. Dromen. Verhalen die met hun geheel eigen logica de nacht opluisteren en de geest verkwikken. Vannacht was het weer zo ver.  We gingen naar het theater. Met de kriebels van een leuk vooruitzicht in de maag, het mocht weer, naar “Dracula”. Een toneelstuk dat behalve leuk ook eng was – we besloten uit voorzorg in de kamer ernaast te gaan zitten. Daar werd al snel op de deur geklopt. Het was Dracula himself. Hij zag er een beetje uit als Rasti Rostelli. We kropen in een hoekje, maakten ons klein en sloten onze ogen zodat Dracula ons niet kon hypnotiseren. Toen werd ik wakker onder een heldere hemel in een tuin van een groot Brideshead Revisted-kasteel. Op een pleonastisch groen grasveld stond een tafel met eten uitgestald waar mensen omheen liepen. Een van die mensen was een man die op Rasta Rostelli leek. Hij at een blokje kaas dat hij vervolgens kokhalsend uitkotste. Daar moest ik erg om lachen waarop iedereen mij vreemd aankeek. “Dracula kan geen vast voedsel eten, die drinkt alleen bloed.” Dat wist ik dan weer. De bevreemding in de blik, afkomstig uit vele ogen, verzwaarde zich. Toen werd ik wakker onder een wit plafond. Naast mij zei een stem: “Weet jij dat je praat in je slaap?”