Verwondering

Met mijn Covid-haar in een staart stond ik fier op de pedalen. De berm was dichtbij. “Denk je niet dat je teveel gedronken hebt?” De vraag stellen was na 2 bier, 1 fles wijn en 2 whiskey het antwoord weten. Zij wilde weten hoe het nu was, ik was nog aan het bijkomen van de wereld van de afgelopen eeuw.

Ik dacht aan een massagraf in 1944, op Plein 13 (in Bergen op Zoom) waar gesneuvelde Canadese soldaten in lagen. Mijn vader had daar als jongen van 16 bij staan kijken. Ruim 20 jaar na de bevrijding werd ik geboren, daar herinner ik me niet zoveel meer van. De verbazing over de wereld die ervoor lag, zo onvoorstelbaar anders, en toch zo dichtbij, kruipt met het klimmen der jaren steeds dieper bij me binnen. De verwondering erover, een dankbaar iets, weerhoudt me ervan de dingen voor lief te nemen. Mijn opa was van 1888, de tijd van Jack the Ripper, hij had het eerste vliegtuig kunnen zien, in 1904; hij had de eerste mens op de maan zien landen, in 1969. Zoiets zonder verwondering aanschouwen is een zonde. Zonder verwondering is alles zinloos. De neiging van de mens buiten de kaders van het eigen leven, buiten zijn eigen tijd, de zin te zoeken voor zijn bestaan was niet aan me voorbijgegaan. Het bestond, zonder verdere verplichting, het maakte van klein nood groot drama. Het gras van de berm kuste koude gedachten wakker. In drama zocht ik schoonheid, in het normale het verhevene, in het aangename speurde ik naar iets zinvols. Ik wilde iets zeggen terwijl ik eigenlijk niks te zeggen had – de kwaal van onze tijd, ik nam het in volle omarming. Alsof het nooit anders was geweest.

 

 

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.