Ik geloof niet in God maar dat wil niet zeggen dat-ie niet bestaat. Er zijn mensen die zich op die titel mogen beroepen zonder daarmee een schertsfiguur te slaan. Dave King van The Bad Plus is zo iemand. Die mag in zijn eentje, met enkel een snaredrum voor zijn neus, een avond vol slaan en ik ben voor die avond een devoot luisteraar, nederig bewoner van een hiernumaals waar de eeuwigheid in schuilgaat. King is God. Iemand anders die de lucht op majestueus goddelijke wijze kan laten trillen is Matthias Goerne. Een bariton die is gezegend met een expressie zoals er weinigen bezitten, zo’n man die een menukaart nog kan voordragen zodat je er kippenvel van krijgt. Fijn als zo iemand gewoon op een kwartiertje fietsen van je voordeur een recital geeft in God-modus.
Van de liederen van Richard Wagner, Richard Strauss en Hans Pfitzner waren die van de laatste een echte ontdekking voor me. Donkere, declamatorische zanglijnen die lagen op fantasierijke, bij tijd en wijle polytonale pianopartijen. Toen Goerne bij Wagners ‘Im Treibhaus’ aankwam (het ‘Tristan’ lied uit de Wesendonck Lieder), was de muziek een ruimte geworden waarin men eindeloos kon dwalen. Melancholische droefheid & verlangen superieur gevangen in een stem. Het deed de Mensch goed
.
Voor wie wilde liet hij zich even wegdrukken, die ellendige oorlog – er klonk geen Oekraïens volkslied, er was geen minuut stilte. Men hoefte zich niet te schaven aan de bramen van het wereldnieuws. Na twee jaar Coronamaatregelen kon het massaal toegestroomde publiek eindelijk weer eens ouderwets ongecompliceerd naar een concert. De oren blootstellen aan de weelde van muziek in de buitencategorie. Geconcentreerde aandacht, gemütlichkeit en toch ook een zekere uitgelatenheid vonden elkaar in de grote zaal van het Muziekgebouw ’t IJ. Twee stoelen verderop zat een man die een boer liet zodat mijn vriendin wist wat hij had gegeten voor het avondeten. Gelukkig had ze een mondkapje bij.
Concert: Matthias Goerne, Muziekgebouw aan ’t IJ, 7 maart 2022

