Struinen door Venetië

Er zit iets van een levensles in het struinen door het Venetiaanse labyrint. Dat het niet erg is om te verdwalen bijvoorbeeld. Door te verdwalen leer je de stad het beste kennen.

Waar de paleizen, gebouwd op water dat er in het licht van de Venetiaanse winter uitziet als vloeibaar glas, als iets wat uit de Pixar-studio’s komt, met hun verfijnde lijnen de elementen lijken uit te dagen is het lopen langs de kades als lopen langs natuur die zich opstelt als grote gedoger. Zij gunt de mens de illussie winnaar te zijn, maar je ziet meteen dat dat niet voor altijd zal zijn (alles van waarde is uiteindelijk echt weerloos). In het eeuwig kwetsbare ligt het definitieve van Venetië – iets wat alleen door een sterfelijk wezen kan worden begrepen. Ondanks de massa spreekt de stad je op een hoogst individuele manier toe. Je stapt hier een enscenering van je eigen leven binnen. In het licht van een helblauwe hemel, je probeert het te vangen in een foto maar helemaal lukt dat nooit, stap je in je eigen zelfportret, of in ieder geval in een beeld waar je jezelf graag in terugziet.

Hier valt de vorm samen met de inhoud want een uiterlijk, zo rijk en fascinerend moet rusten op iets van substantie. In Venetië, waar poppenhuis en godenburcht één zijn, is de volgende steeg, de gang naar de volgende straatbar als het ideale dweilrondje. Het verlicht het gemoed om dat vervolgens, met weer een carnaval (sorry: vastenavond) die hoogstwaarschijnlijk de mist in gaat, met een zekere somberte achteloos aan haar lot over te laten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.