De pil van Harstad

max, misha

Het zal mede aan de preoccupatie van de hoofdpersoon Max met de film Apocalypse Now hebben gelegen dat ik dit boek niet kon wegleggen (in augustus weer in de bioscoop, de ‘definitieve’ final cut dit keer!). Johan Harstads hiervoor gelezen boek Buzz Aldrin, waar ben je gebleven? was met 600 pagina’s wat aan de dikke kant, dit boek had met ruim 1.200 pagina’s nog wel even mogen voortduren. Het leest als een bingewatch-waardige serie: als je er eenmaal inzit vergeet je tijd en omvang. Het is een beetje als een soap, en dat is niet oneerbiedig bedoeld, die op wonderlijke wijze samenvalt met je eigen leven – als een auto die voorbijkomt en zijn geluid naadloos laat samenvallen met de muziek waar je op dat moment naar aan het luisteren bent. (Over muziek gesproken: alle verwijzingen daarnaar, of het nu om Kim en Thurston van dat bandje gaat dat verder niet bij naam wordt genoemd, Sonic Youth, of Charlie Mingus, of een concert van Iron Maiden onder de Brandenburger Tor, ze lijken geschreven met de platenkast van ondergetekende in het achterhoofd. Dat er op pagina 666 iemand met de bijnaam Antichrist wordt opgevoerd is niet de meest originele grap, meer een knipoog, door de auteur toegeworpen vanachter zijn schrijftafel, aanzet om The Number of The Beast nog eens op te zetten, een bevestiging van wat je op dat moment eigenlijk al lang weet: dat dit boek speciaal voor jou is geschreven. Kersen op de taart bij dezen: In het weekend dat ik naar de laatste Avengers-film ga brengt hoofdpersoon en theatermaker Max het toneelstuk Endgame van Samuel Beckett ter sprake en als ik op 4 mei aankom bij een verhandeling over de sterfdag van Tito, op 4 mei, verbaast me dat niet eens meer – het is immers allemaal zo voorzien).

In  Max, Misha & het Tet-offensief schrijft Johan Harstad lange zinnen, sommige gaan over de pagina heen, maar geen moment wordt de indruk gewekt dat de vorm het bij hem overneemt van de inhoud. Integendeel. De vorm voegt zich op natuurlijke wijze naar het verhaal wat vertelt moet worden. Zijn schrijfstijl ademt ondanks lange zinnen en een ongetwijfeld concencieuze voorbereiding de vrijheid van een improvisatie. Alsof wat geschreven is snel weer plaats moet maken voor wat volgt – op de achterflap wordt de vergelijking met jazz gemaakt. Lange zinnen, sheets of words, waarin de schrijver zelf lijkt te verdwalen, niet lijkt te weten hoe hij ze moet laten eindigen. Neerslag van een berg aan herinneringen, een stroom aan gedachten, opgeschreven voordat ze weer vervlogen zijn. Observaties die langs meanderende woordrivieren naar een kern van de zaak moeten leiden waarbij de schrijver zelf niet weet wat die kern is. Het gaat om de reis, niet om de aankomst. Een reis die bij momenten, helemaal in lijn met de Apocalypse Now-obsessie van de hoofdpersoon, op een persoonlijk Heart of Darkness lijkt af te stevenen. Het resultaat doet me naar adem happen.

Ondanks zijn wijdlopigheid, met al zijn zijsporen en schijnbaar achteloos rondgestrooide observaties, verliest Harstads tekst geen moment aan urgentie. In een stijl die ondanks alles van een grote nuchterheid getuigt, spreekt zij de diep-romantische wens uit om te willen behouden wat is en terug te willen halen van wat voorbij is. De tekst wordt een mantra, een bezwering, een gepreveld gebed dat het uiteindelijk vergeefs opneemt tegen voortschrijdende tijd en de menselijke natuur die alles van waarde uiteindelijk tot het verleden veroordeelt en uit de handen ziet glippen. En al biedt het einde enige hoop – er lijkt nadat het drama zich eenmaal echt heeft voltrokken zowaar een zonnestraal door te breken – zij staat de lezer geen simpel overgaan tot de orde van de dag toe. Als ik het boek na de laatste pagina heb dichtgeklapt ga ik naar de slaapkamer, het is dan na middernacht, en geef mijn vriendin een dikke zoen; ik zeg dat ik van haar hou. Na meer dan 400.000 woorden ben ik bij de kern van de zaak aangekomen. Bij het enige dat er echt toe doet: besteedt de tijd die je hebt zo goed mogelijk, laat hem niet verloren gaan.

Harstad is een rasverteller, dat was met Buzz Aldrin al duidelijk geworden en ook in Max blaast hij op bijzondere wijze leven in een stapel woorden; woorden die zijn als een vriend die je gezelschap komt houden, bij je op bezoek komt om je deelgenoot te maken van zijn avonturen en opgedane inzichten, een vriend waarvan het jammer is dat hij, na precies 1.230 pagina’s, weer weg gaat. (1.230 pagina’s en een beetje die in een handzame paperback zijn gebonden – op zowel pagina 20 als 813 blijft het boek prima openliggen) Goed, hij zal nog wel even blijven maar wat nu? De laatste van Buwalda dan maar?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.