Mijn tandarts kon niet blijer klinken. Hij deelde bij monde van zijn secretaresse enthousiast mee dat zijn stoel weer geheel voor patiëntenpubliek beschikbaar is.
– We mogen weer beginnen! Schikt het morgen?
– Nou uh, volgende maand is tijd genoeg hoor.
Niet dat ik de spoilsport wil uithangen op een feestje waar net de reanimatie van een bedrijfstak wordt gevierd maar ik had mij bij het First Contact aan de uitgang van deze intelligente lockdown wel iets anders voorgesteld dan koud tandartsgereedschap op klamme kiezen. Mijn geest, die zich de afgelopen tijd meer dan met het verwezenlijken van iets tastbaars vooral heeft bekwaamd in het waterpas houden van gedachten, wil het rustige vaarwater van de bewegingsrestrictie best inwisselen voor de woeliger baren van wat nog niet zo heel lang geleden normaal was – de blik naar buiten komt ook voor mij, de introvert, met het zoet van een belofte – maar ‘normaal’ moet niet al te normaal zijn. Geen theater maar wel de tandarts. Het voelt als een nederlaag. Ik blijf nog even binnen.

