Lief Coronadagboek,
Nadat ik de afgelopen twee weken de school van de fijngevoeligheid en de reflectiefilosofie heb doorlopen betrapte ik mezelf van het weekend op een gevoel van verveling. Ik besloot tot het schoonmaken van de keuken waarop mijn vriendin vroeg of ze de dokter moest bellen. “Onkarakteristiek gedrag staat niet op de lijst van symptomen,” zei ik. In het ontvluchten van de verveling zocht ik pathos in het poetsen. Met het doen van een vervelend klusje hoopte ik te ontsnappen aan de sleur. Een schone keuken voor een schone geest.
In het genie is de onbewuste natuur scheppend. Mijn werk zit er op voor vandaag en ik kijk nu al een uur naar mijn plafond – ik besluit dat ik geen genie ben. Ik wil iets opschrijven maar wat ik opschrijf wens ik zelf niet te begrijpen. Tegelijkertijd wil ik wel dat het me iets vertelt. Ik wil de ontvanger zijn van wat ik zelf heb geschapen. Mezelf verrassen. Ik wens mezelf niet in alles te kennen. Iets niet weten is makkelijk (wist jij bijvoorbeeld dat Wubbo Ockels jarig is geweest? Ik niet, ik heb zaterdag niet gegoogled.) maar iets niet van jezelf weten zodat het je kan verrassen blijkt lastig. Het is een beetje als schaken met jezelf. Bij iedere zet die wit vooruit denkt, denkt zwart twee zetten vooruit enzovoort. Is er weleens iemand geweest die zichzelf op die manier heeft mat gezet?
Het idee dat het genie in het onbewuste schuilt is een romantische. Het is het idee dat wat ons plotseling, als bij goddelijke ingeving, invalt superieur is aan wat uitvoerig voorbereid en bedacht is. Het idee – het kreeg in de vroeg-19e eeuw voet aan de grond in Duitsland, de tijd waarin het door de Franse Revolutie van de sokkel getrokken godsverhaal met esthetische middelen werd voortgezet – vatte tot ver in de 20e eeuw post. Het was een idee dat rondwaarde als er bijvoorbeeld kunstsubsidies moesten worden verdeeld. Godfried Bomans schreef er eens een leuk stukje over. Tegen de heiligverklaring van de goddelijke inval. Tegen het waanbeeld dat wat in geinspireerde momenten uit pen, tekstverwerker en/of instrument vloeit van betere kwaliteit is dan werk waarvoor geploeterd is. De afrekening met het geniale onderbewustzijn schept troost én verplichting. Het is in een tijd waarin een zekere loomheid van handelen niet zonder voordelen is een aansporing aan de slag te gaan en vooral niet te wachten tot de Creator Spiritus, in corontaine-tijden, op bezoek komt. Tolstoj herschreef ‘Oorlog en Vrede’ uiteindelijk zeven keer voordat de wereldliteratuur er een meesterwerk bij had. Geen druk verder.












